Ghana – België

Er zullen ongetwijfeld nog regelmatig aspecten van de Ghanees-Belgische uitwisseling ter sprake komen, maar gezien ik er doorgaans naar neig de minder evidente en/of de minder zichtbare realiteit te beschrijven, vrees ik dat er van mijn kant nooit een écht consistent reisverhaal rond de uitwisseling komt!
De leerlingen en leerkrachten hebben overigens hun eigen verhalen, hùn indrukken en perceptie van de reis, die ze ook via deze blog kunnen vertellen of op de fb pagina’s partnerschap athena campus pottelberg – shs buipe ghana  en Powered by Love Lifeschool)

Maar onlangs stelde ik me de vraag of dat wel gepast is om de toestanden achter de schermen van de uitwisseling te onthullen.
Zowel via mijn boek als in deze blog daag ik sinds jaar en dag de heersende beeldvorming over Afrika uit en tracht ik op een pragmatische manier te registreren  hoezeer Westers en Afrikaans denken van elkaar verschillen.  Dit in de ambitieuze hoop dat het zogenaamde ontwikkelingswerk en de internationale hulp efficiënter zouden kunnen worden aangepakt en dat afgematte clichés, verholen en/of onbewust racisme en op cultuur gestoelde misvattingen op een ongedwongen manier aan de oppervlakte zouden komen drijven.
Verraad ik, als ik die achterliggende realiteit wil illustreren, hiermee ten dele mijn mensen, die àlles, maar dan ook werkelijk àlles uit de kast hebben gehaald voor hun bezoekers?
Het hele bezoek, op liever de hele ontvangst, was geschraagd door do’s and don’ts,  onwrikbaar protocol, beloftes, culturele voorschriften, verborgen agenda’s en – laat ons zeggen – backstage afspraken.  Voortdurend was ik in de weer met interpreteren naar beide groepen toe, situaties beoordelen en aanpassen, afremmen, aanvuren, verifiëren, excuseren, schipperen… met onvermijdelijk soms wat gemanoeuvreer en praatjes tot gevolg!  Uiteraard met Fuzzy als mijn fulltime brother in arms!

65423889_1042156292644382_3622594456483528704_nFuzzy belde me vorige week, zijn gemoed overvol.  Dr. Cora had hem zo goed als gedwongen om naar zijn ziekenhuis te gaan om te zien hoe onhoudbaar de situatie geworden was.  Met een krop in zijn keel vertelde hij hoe mensen er geheel hulpeloos lagen te sterven en hoe hij moest uitkijken waar hij zijn voeten zette, want tot in de kleinste hoeken lag de grond bezaaid met patiënten. Malariaseizoen!

De Kortrijkse leerlingen zijn op bezoek geweest in de beide ziekenhuizen van Buipe.
Eerst bezochten ze het Governmental Hospital, gerund door Dr. Nizar.
De week voordien had de dokter op het punt gestaan om er de brui aan te geven.  Als enige dokter voor een nimmer aflatende stroom patiënten, een gebrek aan basisinstrumenten om zijn werk te doen, een sociale zekerheid die faalt en een overheid die zelfs het weinige personeel niet betaalt, was hij al veel langer doodmoe.  De spreekwoordelijke druppel was toen er die middag een door de overheid gestuurde volgeladen truck met  blocks (grote bouwstenen) aankwam om eindelijk de wachtzaal te bouwen waar hij al zo lang naar vroeg en ze -godbetert- beroep deden op de enkele verplegers/verpleegsters die hij had om de blocks uit de truck te laden!
Diezelfde avond werd ik erbij gehaald om de dokter nog maar eens te motiveren om door te gaan. Ik praatte en pleitte en de dokter monterde op. Om hem helemaal over de streep te trekken zei ik: “En volgende week komen de Belgische studenten en ze hebben een voorraad medisch materiaal mee.  Ik kom zeker met hen het hospitaal bezoeken, wie weet welke steun er nog komt, eens ze gezien hebben hoe ongelooflijk zwaar het is voor jou om te werken in deze mensonterende situatie.”

De week erna gaf de dokter de rondleiding in het ziekenhuis, maar om de operatiekamer te tonen werd de hele groep verzocht zich in een steriel schort, dito mondmasker en schoenbescherming hullen: het wegwerpmateriaal dat we als vulling tussen de ziekenhuisbedden meegestuurd hadden in de container.  De leerlingen vonden dit terecht een verspilling, de Ghanese dokter vond dit een teken van erkentelijkheid.
De Belgen wilden de rondleiding staken.
De ontgoocheling op het gezicht van de dokter maakte duidelijk dat ik er beter alles aan deed om de groep alsnog naar het operatiekwartier te leiden.
“Aub, trek die spullen aan en neem een kijkje, ’t is du jamais vu,” smeekte ik de begeleidende leerkracht.
“We hebben wel duizend dozen van dit soort steriel wegwerpmateriaal gestuurd, het komt er echt niet op aan… “.  De leerkracht zwichtte gelukkig en de leerlingen volgden.

Niettegenstaande de operatietafel nog steeds op enkele cementen blocks stond om een werkbare hoogte te hebben en het weinige beschikbare materiaal her en der verspreid over de kamer lag, met een bloedveeg hier en een ik-durf-er-niet-aan-denken-welke-veeg daar, was ik erg verrast om zowel een spiksplinternieuwe beademingsmachine als een professionele steriliseermachine te zien staan.
Ik hield dit voor mezelf, maar hoe kwam het dat ik dat niet wist? Werd ik misschien enkel op de hoogte gehouden van alles wat er niet was, alles wat er nodig was, en nooit van de hulp die wèl gekomen was.
Later hoorde ik dat de DCE (District Commander Executive) dit materiaal aangekocht had.  Nadat wij zoveel inspanning hadden gedaan om het ziekenhuis van bedden te voorzien, zou het voor hem een oneer geweest zijn, zei hij, als hij niet ook een (gemeenschaps)duit in het zakje deed om op zijn minst het operatiekwartier te upgraden. Of hoe de schenking van de ziekenhuisbedden onverwacht een veel groter impact had gekregen!

65702042_445616805990515_8791909092701503488_nNa het bezoek aan het ziekenhuis van Dr. Nizar, waren de leerlingen groggy:  ze hadden meer dan genoeg gezien voor vandaag!
Maar ook Fuzzy had beloofd aan Dr. Cora dat ze ‘zijn’ ziekenhuis zouden bezoeken. Dus moest ik de groep overhalen om toch nog het Private Hospital van Dr. Cora te bezoeken: “Laat ons ook nog het andere, betere ziekenhuis bezoeken,” smeekte ik bijna alweer, “echt waar, het ergste hebben jullie gehad,” zei ik naar eer en geweten.
Maar Dr. Cora’s ziekenhuis dat sinds jaar en dag veruit het best geëquipeerde van de twee was, bleek totaal afgegleden:  het haalde amper het niveau van een barak, met overal waar plaats was, bedden en matten en overal zieke mensen op elkaar gepakt.
De leerlingen konden amper hun tranen en emoties bedwingen.
Ik was erin geslaagd om aan de beloftes te voldoen die zowel Fuzzy als ik aan de dokters gedaan hadden door beide bezoeken wat te ‘forceren’, maar ik bloedde toen ik zag hoezeer deze jonge leerlingen van slag waren.

Maar om terug te komen op vorige week toen Fuzzy belde ivm het hospitaal van Dr. Cora waar het wezen mens ondertussen bijna van zijn menselijkheid ontdaan lijkt te zijn.
Bleek dat Fuzzy de boodschapper was voor Dr. Cora om te vragen of ik een container bedden kon sturen. Cora kon ze betalen, zei hij.
“Als Dr. Cora ze kan betalen, kan hij er dan geen kopen die reeds geïmporteerd zijn?” vroeg ik, want een container ziekenhuisbedden vinden en verschepen is verre van evident.
“Die zijn hier bijna niet te krijgen en ze zijn heel duur.” antwoordde Fuzzy terecht.
“Kan Dr. Cora ze dan niet in China bestellen?”
“Bedden van de Chinezen? Die gaan te kort zijn voor de Ghanezen.”
En zo is er, zelfs als de ellende van onze medemensen ons hart aanvreet, toch nog altijd plaats voor een grapje.  Naast de vriendschap zijn het de soms grapjes die ons op de been houden.

 

Over Christine Moreel

Living in Belgium as well as in Ghana (West-Africa), am in a privileged position to learn about the differences as well as the similarities between the heart, soul and mind of black and white people. Sooo interesting!
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s