Mijn koningin en ik

DSC01488Na mijn boekvoorstelling werd ik in Accra Kotoka Airport opgewacht door Mackintosh, de chauffeur van de deputé van de minister van X.
Vergeef me mijn discretie.
Met mijn indrukwekkende bagage – ik had o.a. de 30 kunstwerkjes mee van de lln. van Atheneum Kortrijk- werd ik middels een grote blinkende zilvergrijze, quasi geluidloze wagen met het dashboard van een vliegtuig, in een hotel afgezet dat een luxe uitwasemde die ik nooit eerder in Ghana had ervaren.  In al die jaren heb ik dan ook nooit meer dan 5 à 12 euro uitgegeven voor een kamer, of voor iets dat voor een kamer moest doorgaan.
De prijs van dit oord met zwembad, gym, allerhande dingen waar ze facilities tegen zeggen en een restaurant dat international cuisine heette of aanbood – wie zal het zeggen?-  werd voor het gemak uitgedrukt in dollars.

Na een verkwikkende nachtrust in mijn Super Deluxe Room waarvan de airco de temperatuur goedbedoeld tot op Belgisch herfstniveau conditioneerde, werd ik ‘s morgens met een four-wheel drive opgewacht door een kerel waarvan je wou dat hij op een paard was gekomen.
Desondanks informeerde ik naar Mackintosh die me de avond ervoor gezegd had dat hij me om 10u zou komen ophalen.

‘Mackintosh is a citydriver, I am a roaddriver’, antwoordde mijn prins die ik Kelvin mocht noemen en die niet echt over veel woorden leek te beschikken.  Voorzichtig polste ik naar enige opheldering: ‘Mackintosh can only drive city with citycars, ik ben een roaddriver en ik ben je chauffeur tot in Kintampo.’
Ik kon mijn oren niet geloven!  Ik zou helemaal naar Kintampo worden gebracht? In een 4×4, op van die dikke hoge zich overal doorheen dwingende wielen, met geblindeerde ruiten, airco, zachte lederen zetel, neksteun, beenruimte zat, eet- en plasstops volgens eigen behoefte…

Het prinsesje in mij – wat zeg ik? de koningin in mij – zwol op tot proporties die ik nog maar zelden had gevoeld.

Maar waar had ik dat aan verdiend?
Instinctief bedwong ik mijn queen…  misschien was er een misverstand gaande…  Fuzzy bellen!
Aan de telefoon bevestigde Fuzzy dat ik inderdaad helemaal tot in Kintampo kon worden gebracht.  De deputé in kwestie die de zoon van de Chief was, had in Gonja Region gezien welk werk ik er verrichtte, en vond dat het werd tijd om mij met de nodige eer te behandelen.  Weg met de parelhoenen, de geiten en ander vee als blijk van waardering, de zoon van de Chief, was een man van de wereld en bood me Westerse luxe en comfort.  Ik mocht mee genieten van zijn eigen levensstandaard.

Toen dacht ik aan de klimaatsverandering.
Ca. 430 km x 2… (de wagen moest nog terug naar Accra), 860 km voor mij alleen in een benzinezuipende aircobak…
Dat kon niet!
Misschien voor één keer wel?  Ik was al maandenlang deadline na deadline aan het afwerken; eigenlijk liep ik moe en uitgeput rond en morgen moest ik alweer meteen doorreizen naar Buipe, wilde ik nog voor de examens van start gingen, mijn programma kunnen afwerken.
Redenen genoeg, deze rit is verantwoord, vond ik, en neen dit was geen poging om mijn bewustzijn rond mijn ecologische voetafdruk handig weg te moffelen.  Bovendien, als ze mij zoiets aanboden, mocht ik dat wel weigeren?
Toen de Chief me die parelhoenen schonk, vertelde ik hem ook niet dat ik vegetariër ben…Mentaal was ik al halfweg om ‘voor die ene keer’ de klimaatsverandering naast me neer te leggen, toen de Ghanese belastingbetaler me te binnen schoot.  Gratis bestaat immers niet, er is altijd iemand die betaalt (in het beste geval).  In het Ghanese geval zijn het de armste mensen die nog meer moeten afzien en onder de tekorten lijden.

Nee, dit kon ik niet doen.
Ondertussen stonden we nog altijd in de file op slechts een paar kilometer van het hotel waar ik overnacht had, ik had tijd om na te denken. 
“If you don’t do it, somebody else will”, een deuntje van vroeger kronkelde zich als een beekje door mijn hersenen.  Als ik mij deze luxe ontzeg, moet ik me geen illusies maken dat het uitgespaarde geld naar de arme stakkers gaat, zei mijn rationele geest terecht.  Dan blijft er gewoon meer in de pot zitten voor hun buitenissige levensstijl en hun decadente feestjes.

Ineens voelde ik me zo corrupt als de pest.  Waar ligt de grens eigenlijk?  Boden ze me dit wel aan uit pure appreciatie voor mijn werk?  Zou ik nog vrij genoeg zijn?  Zou er iets van mij terug kunnen worden verwacht?  Zou ik onuitgesproken verplichtingen of verboden kunnen opgelegd krijgen?
Hoogstwaarschijnlijk was ik in zuiver paranoia-denken verzand.  Anderzijds, ik heb al zoveel verbeelding tartende situaties gezien…
Hoe dan ook,  de queen werd weer gewoon Christine:  immer milieubewust, weinig gevoelig voor luxe en comfort, niet voor één gat te vangen, en vooral onkreukbaar.
Toegegeven, toen ik prins Kelvin opdracht gaf om me met zijn paard naar het station te brengen alwaar ik de Kintampobus zou nemen,  begon ik hem al te missen.  Gelukkig stonden we nog een dik uur in de file.

NoemMeNeger (2)

 

Noem me neger – berichten uit ons moedercontinent
Auteur Christine Moreel   240blz.  17,50 euro.

 

Over Christine Moreel

Living in Belgium as well as in Ghana (West-Africa), am in a privileged position to learn about the differences as well as the similarities between the heart, soul and mind of black and white people. Sooo interesting!
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

2 reacties op Mijn koningin en ik

  1. Lia zegt:

    proficiat Christine ! Het uitgespaarde geld zal inderdaad niet naar diegenen gaan die het nodig hebben, maar jouw geweten is toch wat geruster. Hopelijk ben je met de bus goed toegekomen 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s