De operatie van Blessing (deel 4): Waarheid kan pijn doen!

Blessing zag er goed uit: soms kwam de pijn heftig opzetten, maar die kalmeerde steeds weer tot een draaglijk niveau.
Vandaag was zaterdag, 4 dagen na de operatie: ik besloot terug te keren naar Kintampo.
Bij het overvloedig handen schudden ten afscheid raakte mijn arm één van de infuuspoorten en ik merkte zijn terugdeinzende reactie.
Enkele dagen al vroeg ik me af wanneer ze die naalden uit zijn ader zouden halen- zijn tweede en dus laatste zakje serum was de eerste avond al op. Maar ik had de hele tijd wijselijk gezwegen om de verpleegsters niet nog meer tegendraads te maken.
Rond de poort voelde het nu hard, warm en ontstoken aan.
‘Weet jij eigenlijk hoe het komt dat je 2 infuuspoorten hebt?’
Blessing trok zijn schouders op: ‘Toen ik in de operatiezaal kwam, hoorde ik de dokter zeggen dat de poort in mijn arm fout zat en ze staken er toen meteen een andere bij, dit keer in mijn hand.’

In het bureautje ging ik melden dat ik vertrok.
Ze wensten me een goede reis: ze waren in opmerkelijk goede doen.
Ik dankte hen voor de zorgen – tja.. wat kan je doen om te trachten dat beetje goedheid en mededogen dat toch èrgens in hen verscholen moest zitten, alsnog aan te spreken? Blessing zou nl. nog wekenlang in hun handen zijn! – en vroeg ogenschijnlijk terloops of die infuuspoorten nog lang nodig waren.
‘Welke infuuspoorten..?’ vielen ze uit de lucht.
’Er zit een poort in zijn arm en een in zijn hand.’ speelde ik onbezorgd vriendelijk.
‘Twee poorten? Dat is niet mogelijk!’ Dat schetterende toontje kwam alweer terug.
‘Ik denk het wel hoor,’ antwoordde ik losjes, ’er zou een onbeduidend foutje gebeurd zijn en ze hebben een nieuwe poort bijgestoken in de operatiekamer. Wanneer denk je dat ze weggenomen mogen worden?’
Mijn hele wezen voelde als gewikkeld in slijm van onderdanigheid.
’Ik loop wel even met je mee!’ zei een verpleger.
Wat waren ze toch vriendelijk en meegaand vandaag!
’Inderdaad, de poorten mogen weg,’ zei de verpleger opgewekt ‘We doen dit vandaag nog!’

Terug thuis vroeg iedereen hoe het geweest was. Aan Blessings familie zei ik natuurlijk geheel volgens de Ghanese etiquette dat alles heel goed verlopen was en repte met geen woord over de hel waar de jongen door gegaan was noch over de boosaardige verpleegsters.
Bij mijn vrienden luchtte ik wel mijn verontwaardiging.
’Je moest hen toch gewoon wat geld toegestoken hebben voor medicijnen!’
’Hoe bedoel je? Alles wordt toch aangerekend?’
’Inderdaad, maar iedere pil, ieder medicijn dat ze niet toedienen, kunnen ze nog eens opnieuw verkopen..’
Och néé…!! Een wee gevoel klemde zich zo hardnekkig rondom mijn hart dat ik er duizelig van werd.
’Hoe kon ik in hemelsnaam weten dat ik hen moest briben voor medicijnen? Waarom hebben ze me dat dan niet gezegd, gevraagd, geïnsinueerd.. ?’ Diep geschokt vuurde ik mijn vragen op hen af.
Het beangstigende besef overviel me dat ik iets wat ik verondersteld was te weten totaal over het hoofd had gezien, want werkelijk alles wat ik had zou ik op dat moment gegeven hebben om een einde te maken aan dat nodeloze lijden.
’Omdat ze bang waren dat je hen zou rapporteren natuurlijk!’
Mijn vrienden schoten plots in de lach!
‘Kun je je voorstellen? Je ziet obronie (blanke).. Hahaaa! (handenwrijvend) Money is in! Maar je kan er niet aan, bang dat obronie verslag zal uitbrengen..’

Schuldgevoel overspoelde me en ik werd ook boos op mezelf omdat mijn brein, mijn tegenwoordigheid van geest, me in de steek had gelaten op het moment dat ik het nodig had gehad.
Met al mijn zogezegde Ghana-ervaring had ik de taak op mij genomen om aan de hand van mijn wedervaren het onderscheid in mindset tussen Noord en Zuid te ontrafelen en te etaleren.. Met vallen en opstaan had ik het geleerd om vlotjes tussen hun manier van denken en de onze te laveren.. Maar niettegenstaande de in niets te vergelijken omstandigheden tussen een ziekenhuisopname hier en één daar, was het geen seconde bij me opgekomen dat ook de toediening van medicijnen onder het alomtegenwoordige juk van de corruptie viel.
‘Verslag bij wie?’ piepte ik.
‘Dat weten wij ook niet! Het kan bij de directie zijn, of misschien bij de sponsors van het ziekenhuis.. ‘

’Oh, maar ik kan me levendig hun frustratie en bijhorend gedrag voorstellen’ zei een vriendin.
‘De lokale mensen behandelen ze ook zo hoor, denk maar niet dat je een uitzondering bent. Maar veel lokale mensen zijn ongeletterd en stellen geen vragen. Ze kunnen hen maar enkele cedi’s afhandig maken voor een spuit of een pil, want de mensen hebben niet veel. Zij die niets hebben moeten net als Blessing de pijn maar verdragen. Maar dan zien ze obronie en ze zouden zoveel kunnen vragen als ze willen, maar ze durven niet en obronie snapt maar niet dat zij hen iets moet toestoppen..’
’Maar hoe en waar worden die medicijnen dan doorverkocht?’
‘Daar vraag je me iets. Dat kan degene zijn die de medicijnen beheert die ze en masse aan dispensaria doorverkoopt- je weet hoe schamel de gezondheidszorg hier georganiseerd is. Maar het kan ook zijn dat het verplegend personeel systematisch geen of bijna medicijnen toedient, gewoon omdat je er zou kopen zodat ze zichzelf kunnen verrijken.. Who knows?’
Mijn vriendin klopte me opbeurend op de schouder: ‘Ghana is all about kolulu*, my sister, don’t ever forget that again.’
’En waren ze niet supervriendelijk, toen je vertrok?’ vroeg ze nog terloops.
Vanwaar die vraag? Hoe kon zij dat nu weten?
‘Jawel hoor,’ beaamde ik, ‘ze leken plots “mens” geworden.’
’Dat moet geweest zijn toen ze doorhadden dat je vertrok.’
’???’
’Ze zijn bang dat je hun gedrag gaat rapporteren en proberen dan alsnog een goede ‘laatste’ indruk op je te maken.’

Op maandag ging ik in Buipe verder werken.
Fuzzy, mijn raadgever, rechter-en linkerhand in Ghana, had ik aan de telefoon gehad toen het er in het ziekenhuis zo heftig aan toe ging.
Ik vroeg hem wat hij dacht van de beweringen van mijn vrienden en van mijn vriendin dat ik verondersteld werd bribe te geven voor medicijnen.
‘Het is waar,’ zei hij, ’in veel ziekenhuizen gaat het er zo aan toe. Ze kunnen hun medicijnen doorverkopen aan de kleinere clinics of dispensariums.’
‘Fuzzy, waarom, in ‘s hemelsnaam waarom, heb je me toen aan de telefoon niet gezegd dat ik hen gewoon iets moest toestoppen?’ haalde ik naar hem uit.
‘Jij komt al 17 jaar in Ghana. Je wéét dat alles hier corrupt is van boven tot onder, en ik ben het gewoon dat jij in alle situaties pertinent weigert om steekpenningen te betalen, dus wist ik dat ik je die raad niet moest geven.’
‘Fuzzy’, zei ik, ‘je zevert! Je hebt zelf gehoord hoe overstuur ik was, ik stond te wenen, je hebt me staan sussen en kalmeren aan de telefoon.. Je kent me goed genoeg om te weten dat ik een kind niet zou laten lijden omdat ik ‘principieel’ weiger om bribe te betalen. Ik vraag het je nog eens: waarom heb je me dat niet gezegd?’
Hij boog zijn hoofd en geheel ongebruikelijk voor Fuzzy kwam er een poos geen klank uit.
Toen stak hij met een gedempte, gebroken stem een soort speech af:
‘Mama, als het niet door jou was geweest, was er voor die jongen geen toekomst, geen leven. Hij zou steeds kleiner geworden zijn tot hij helemaal niet meer kon lopen; hij zou nooit zonder pijn geweest zijn, want die werd met de dag erger. Niemand zou de jongen ooit geholpen hebben. Kijk naar hem, hij is al 15 jaar! Al die jaren hebben zelfs de pastors van zijn kerk geen moeite gedaan om geld in te zamelen voor zijn operatie. Maar jij ontmoet Blessing, je legt het probleem uit aan jouw mensen in België, die prompt hun steentje bijdragen en zie.. de jongen zijn léven wordt gered! Je bent al meer dan een jaar in de weer voor die operatie, up and down, steeds maar tijd verspillen en kosten maken, ze maakten het je echt niet makkelijk, maar je gaf nooit op! Bovendien ging je met de jongen mee om hem bij te staan tijdens die zware operatie.. Mama, wat jij doet is Allah’s werk! Alstublief begrijp mij: hoe kon ik, hoe dùrfde ik je zeggen dat je hen bribe moest toestoppen? Jij helpt onze eigen landgenoot, onze broeder, onze zoon uit liefde en uit vrije wil, terwijl wij, ondankbare schepsels, op de rug van onze eigen broeder nog onze schandalige zaakjes willen doen! Beschaamd was ik, diep beschaamd in mijn eigen mensen, in mijn landgenoten. Dit is hoe wij zijn! Bij ons staat geld boven alles.’

* kolulu: algemeen gekend woord in Ghana voor steekpenningen en corruptie. (ook soms ‘kanana’)

 

Over Christine Moreel

Living in Belgium as well as in Ghana (West-Africa), am in a privileged position to learn about the differences as well as the similarities between the heart, soul and mind of black and white people. Sooo interesting!
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Een reactie op De operatie van Blessing (deel 4): Waarheid kan pijn doen!

  1. Bart zegt:

    Zo leert een mesn altijd weer bij… elke dag een beetje (veel)…

    Big hug,

    Bart

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s