Beetje bij beetje begin ik te begrijpen hoe het spel, voetbal genaamd, in mekaar steekt.

Al de eerste dag na mijn aankomst in Kintampo, had ik ogenschijnlijk achteloos met de twee ballen die het sportbestuur van Harelbeke meegegeven had, over straat gelopen. Algauw had zich een groepje jongeren rond mij gevormd, die mij de ballen probeerden af te troggelen door mij naar de denkbeeldige ‘pitch’, schuin tegenover waar ik woon, te loodsen. Ik liet me gewillig meeleiden! De dag daarna, was ik zoals we afgesproken hadden, opnieuw naar de pitch afgezakt. Ze waren al met 16 de ziel uit hun lijf aan het spelen. Na de match opende ik de grote tas die ik bijhad en liet hen een glimp zien van de verzameling prachtige lilakleurige voetbalsets die er in stak, nog een donatie van het Harelbeekse sportbestuur.
De groep groeide razendsnel aan: we hadden iedere dag 2 ‘matchen’ tegelijk, de kleintjes en de jongeren.
Iedere dag kwam een jongentje de ballen bij mij thuis ophalen en steeds na de match nam ik die opnieuw mee naar mijn kamer. In het begin had ik de ballen namelijk aan iemand toevertrouwd, maar de daarop volgende dag kwam die al niet opdagen. Algauw werd ik erop gewezen dat ik zelf de ‘baas’ van de ballen moest blijven, want door de ballen aan iemand toe te vertrouwen zaaide ik jaloersheid bij al de rest die niet voor de ballen mocht ‘zorgen’. Degene die de ballen had dùrfde niet te komen, want hij riskeerde een hoop herrie met de anderen, van een pak slaag tot het stelen van de bal(len) omdat men wou bewijzen hoe oncapabel hij wel was..

De eerste dagen vroeg ik me steeds af hoe ze toch zo goed van elkaar wisten wie bij welke ploeg behoorde. Ze waren immers gekleed in alle soorten afgedragen t-shirts en uitgerafelde hemden van te klein geworden schooluniformen tot ‘jersey’s’ waarop het logo van Barcelona, Zuid-Afrika of Chelsea prijkte. Een deel van hen voetbalde zelfs met ontbloot bovenlijf. In de broekjes was ook al geen uniformiteit en op de schoenen kon je ook niet afgaan: sommigen droegen Ghanese plastieken ‘boots’, anderen slippers, sommigen droegen één ‘boot’ waarschijnlijk met de gedachte beter één dan geen, en anderen waren helemaal barrevoets. Die Ghanezen zijn op sommige vlak toch echt pienter, dacht ik. Zie ze spelen, zo vlot, zo snel, de samenstelling van de ploegen wisselt iedere dag, al naargelang wie er afkomt.. en toch weten ze van elkaar..
Na 5 weken trouw iedere dag naar de match geweest te zijn, kwam ik op een toevallige manier te weten dat er steeds een ploeg mèt shirt speelde, of iets wat daarvoor moest doorgaan, en dat de andere ploeg met ontbloot bovenlijf speelde.
Vanaf toen begon ik klaar te zien in het spel en begon ik ook te zien wie naar naar welke goal toe speelde.

Over Christine Moreel

Living in Belgium as well as in Ghana (West-Africa), am in a privileged position to learn about the differences as well as the similarities between the heart, soul and mind of black and white people. Sooo interesting!
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Een reactie op Beetje bij beetje begin ik te begrijpen hoe het spel, voetbal genaamd, in mekaar steekt.

  1. Lia zegt:

    Wijs! Keep going !

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s